Deze verklarende woordenlijst is gericht op de ontwikkeling van een gemeenschappelijk begrip van de meest relevante termen die worden gebruikt in het verwijzingsproces.
De woordenlijst is als volgt opgebouwd:
- De begrippen zijn gerangschikt op alfabetische volgorde en gaan vergezeld van hun synoniem, in voorkomend geval.
- Sommige definities zijn gedeeltelijk aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke bron om specifieker te zijn en beter aan te sluiten bij de praktische context van doorverwijzing.
- Bronnen van de definities:
- juridische definities uit de rechtsinstrumenten van de Unie (het EU-acquis inzake asiel en migratie) maar ook uit internationale handelingen, zoals verdragen, protocollen enz.;
- glossaria, richtsnoeren, verslagen, handboeken en ander materiaal verstrekt door andere EU-agentschappen en internationale organisaties (zoals de IOM, de OHCHR en de UNHCR).
| Begrip | Definitie | Bron |
| Begeleid kind | Een kind dat onder begeleiding van zijn/haar ouders of een krachtens het recht dan wel de praktijk van de betrokken lidstaat voor hem/haar verantwoordelijke meerderjarige op het grondgebied van een lidstaat aankomt, zolang hij/zij daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke persoon staat. | Operationele definitie van het EUAA |
| Begeleidende volwassene | Een volwassene die samen met een kind naar de instanties gaat, maar die niet de volwassene is die krachtens het recht dan wel de praktijk van de betrokken lidstaat voor het kind verantwoordelijk is. | Operationele definitie van het EUAA |
| Leeftijdsbeoordeling | Het proces aan de hand waarvan autoriteiten de chronologische leeftijd of leeftijdsgroep van een persoon proberen te schatten om te bepalen of een persoon minder- of meerderjarig is. | Operationele definitie van het EUAA |
| Verzoeker om internationale bescherming | Een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen. | Artikel 2, punt d), van de asielprocedurerichtlijn |
| Verzoekers met bijzondere behoeften | Een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn of haar mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen. | Artikel 2, punt d), van de asielprocedurerichtlijn |
Beoordeling van het belang van het kind (BIA) | Het proces dat bestaat in het evalueren en het afwegen van alle elementen die nodig zijn om een beslissing te nemen in een specifieke situatie voor een specifiek kind of een specifieke groep kinderen.
| VN-Comité voor de rechten van het kind, Algemene Opmerking nr. 14 (2013), docid/51a84b5e4.html |
| Toestemming | Elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betrokkene door middel van een verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling zijn toestemming geeft voor de voorgestelde handeling. | Operationele definitie van het EUAA op basis van overweging 32 van de AVG |
| Opsporing van gezinsleden | Het zoeken naar gezinsleden (inclusief familieleden of voormalige verzorgers van niet-begeleide kinderen) met als doel familiebanden te herstellen en gezinshereniging te verwezenlijken indien dat in het belang van het kind is. | VN-Comité voor de rechten van het kind, Algemene Opmerking nr. 6 |
| Gezinslid | Een van de gezinsleden die reeds in het land van herkomst bestonden en zich nu op het grondgebied van de lidstaten bevinden, namelijk een echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner en minderjarige ongehuwde kinderen. Wanneer de verzoeker minderjarig en ongehuwd is: • de vader, • de moeder, • of een andere volwassene die verantwoordelijk is voor de verzoeker (krachtens het recht of de praktijk van de lidstaat). De lidstaat kan ook een ruimere definitie van “gezinsleden” hanteren, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van afhankelijkheid en de bijzondere aandacht die aan het belang van het kind moet worden besteed. De Commissie moedigt de lidstaten tevens aan om personen in aanmerking te nemen die niet biologisch verwant zijn, maar die in hetzelfde gezin worden verzorgd, zoals pleegkinderen, ook al hebben de lidstaten op dit gebied de volledige beslissingsbevoegdheid. Het begrip “afhankelijkheid” is de doorslaggevende factor.
| Volgens overweging 19 van de erkenningsrichtlijn, Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren voor de toepassing van Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging,
http://ec.europa.eu/dgs/home-affairs/e-library/documents/policies/legal… guidance_for_application_of_directive_on_the_right_to_family_reunification_en.pdf |
| Contactpunt (voor deze toolkit) | Een ambtenaar of een persoon die in een officiële hoedanigheid namens de betrokken autoriteit optreedt en die kennis heeft van of vertrouwd is met de diensten die beschikbaar zijn voor verzoekers met bijzondere behoeften in een bepaald land/gebied. Het contactpunt vindt de dienstverleners, neemt contact met hen op om de relevante informatie te verkrijgen voor weergave in het zoekinstrument van deze toolkit en zorgt ervoor dat die informatie up-to-date blijft. | Operationele definitie van het EUAA |
Gendergerelateerd geweld
| 1. Een overkoepelende term voor elke schadelijke handeling die tegen iemands wil wordt gepleegd en die gebaseerd is op sociaal toegeschreven (d.w.z. gendergerelateerde) verschillen tussen mannen en vrouwen. Hieronder vallen handelingen waarmee lichamelijk, seksueel of psychisch letsel of leed wordt toegebracht, bedreigingen met dergelijke handelingen, dwang en ontzegging van middelen of kansen op diensten, een gedwongen huwelijk en andere vormen van vrijheidsberoving. Deze handelingen kunnen zowel in het openbaar als in de privésfeer plaatsvinden.
| 1. IASC, Guidelines for Integrating GBV Interventions in Humanitarian Action (richtsnoeren voor de opname van interventies tegen gendergerelateerd geweld in humanitair optreden) |
| Voogd | Een onafhankelijke persoon die zich in de eerste plaats laat leiden door het belang en algemeen welzijn van het kind, en die met dat doel voor ogen de beperkte handelingsbekwaamheid van het kind waar nodig aanvult op dezelfde wijze als een ouder dat doet (definitie van het FRA). | FRA, Voogdij over kinderen die van ouderlijke zorg verstoken zijn (2014), https://fra.europa.eu/en/publication/2014/guardianship-children-deprive… |
| Genitale verminking van interseksuele personen (IGV) | De genitale verminking van interseksuele personen (IGV) is, net als vrouwelijke genitale verminking (VGV), een chirurgische ingreep die om culturele of religieuze redenen wordt uitgevoerd op de geslachtsdelen van pasgeboren baby’s, zuigelingen en kinderen. Pasgeboren baby’s worden aan IGV onderworpen wanneer hun uitwendige geslachtsdelen er niet “normaal” genoeg uitzien om ondubbelzinnig als mannelijk of vrouwelijk te kunnen worden beschouwd. Vele interseksuele personen kennen het woord “genitale verminking” wellicht niet, hoewel ze uiteenlopende geslachtskenmerken vertonen en aan de praktijk zijn blootgesteld. Het is mogelijk dat zij weet hebben van hun diagnose (in voorkomend geval) of wat er met hen is gebeurd, maar niet over de bijbehorende woordenschat beschikken. | International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association (ILGA) |
| Opvangvoorzieningen | Materiële opvangvoorzieningen omvatten huisvesting, voedsel en kleding, evenals een dagvergoeding, met als doel te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van verzoekers. Deze voorzieningen kunnen worden verstrekt in natura, in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, dan wel als een combinatie daarvan. Immateriële opvangvoorzieningen bestaan uit spoedeisende gezondheidszorg, medische zorg, psychologische zorg, gratis rechtsbijstand, tolkdiensten en toegang tot onderwijs, beroepsopleiding en werk. Elementaire opvangvoorzieningen omvatten toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en werk. | Artikel 23, lid 1, van de richtlijn opvangvoorzieningen |
| Verwijzing | Het naar elders, een andere plaats verwijzen. | Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal |
| Verwijzingsmechanisme | Samenwerkingskaders met het doel om personen met bijzondere behoeften te identificeren, te beschermen en bij te staan door hen tijdig naar de betreffende overheidsinstanties door te verwijzen en maatschappelijke organisaties hierbij te betrekken. | Operationele definitie van het EUAA op basis van de definitie van de OVSE |
| Familielid | In het kader van de Dublinverordening gaat het hierbij om de volwassen tante of oom of grootouder van de verzoeker die op het grondgebied van een lidstaat aanwezig is, ongeacht of de verzoeker volgens het nationale recht een wettig, buitenechtelijk of geadopteerd kind is. | Artikel 2, punt h), van de Dublin III-verordening |
| Vertegenwoordiger | Een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures voor internationale bescherming, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. | Artikel 2, punt j), van de richtlijn opvangvoorzieningen, artikel 2, punt n), van de asielprocedurerichtlijn, artikel 12 van het VRK, artikel 31, lid 2, van de erkenningsrichtlijn, artikel 2, punt k), van de Dublin III-verordening |
| Hervictimisatie/secundaire victimisatie | Er is sprake van secundaire victimisatie wanneer het leed of het psychisch letsel van het slachtoffer wordt verergerd, niet als een direct gevolg van de strafbare handeling maar vanwege het optreden van de autoriteiten of andere personen ten aanzien van het slachtoffer. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij herhaalde confrontatie van het slachtoffer met de dader, herhaalde ondervraging over dezelfde feiten, ongepast taalgebruik of ongevoelige opmerkingen van personen met wie het slachtoffer in aanraking komt. | Raad van Europa (2006), Aanbeveling Rec(2006)8 van het Comité van ministers aan de lidstaten over de hulp aan slachtoffers van misdrijven |
| Van hun gezin gescheiden kinderen | Kinderen die zijn gescheiden van beide ouders dan wel hun vroegere wettelijke of gebruikelijke hoofdverzorger, maar niet noodzakelijkerwijs van andere familieleden. Het kan dus ook gaan om kinderen die door andere volwassen familieleden worden begeleid. | VN-Comité voor de Rechten van het Kind, Algemene Opmerking nr. 6 (2005); UNHCR, “Safe and Sound” |
| Dienstverlener (voor deze toolkit) | Een professional, organisatie of persoon die adequaat kan inspelen op een of meer kwetsbaarheden of speciale behoeften die zijn vastgesteld bij een verzoeker om internationale bescherming. Let wel, het is niet uitgesloten dat een gebruiker tegelijkertijd een dienstverlener voor een andere gebruiker kan zijn. | Operationele definitie van het EUAA |
| Seksuele gerichtheid, genderidentiteit en genderexpressie en geslachtskenmerken (SOGIESC) | Seksuele gerichtheid verwijst naar het vermogen van elke persoon om zich oprecht emotioneel, affectioneel en seksueel aangetrokken te voelen tot en intieme en seksuele betrekkingen te hebben met individuen van een verschillend geslacht of hetzelfde geslacht of meer dan één geslacht.
Genderidentiteit verwijst naar iemands diepgevoelde interne en individuele ervaring van gender, die wel of niet overeenkomt met het geslacht dat die persoon bij de geboorte heeft meegekregen, waaronder het persoonlijke gevoel van het lichaam en andere uitingen van gender, met inbegrip van kleding, manier van spreken en bewegingen.
Genderexpressie verwijst naar de manifestatie van de genderidentiteit van mensen en de genderidentiteit die door anderen wordt waargenomen. Gewoonlijk proberen mensen hun genderexpressie of presentatie in overeenstemming te brengen met hun genderidentiteit(en), ongeacht het geslacht waarmee ze zijn geboren. Geslachtskenmerken verwijzen naar de chromosomen, anatomie, hormoonstructuur en voortplantingsorganen van een persoon. Personen die geboren zijn met geslachtskenmerken die tegelijkertijd vrouwelijk en mannelijk zijn, niet helemaal vrouwelijk of mannelijk zijn of noch vrouwelijk noch mannelijk, worden geclassificeerd als intersekse, maar ze kunnen zich identificeren als interseksepersoon, man, vrouw, transpersoon of anderszins.
| Woordenlijst van het EUAA-opleidingsprogramma |
| Bijzondere procedurele waarborgen | Specifieke ondersteuningsmaatregelen die worden genomen om de noodzakelijke voorwaarden te scheppen om personen met bijzondere behoeften daadwerkelijk toegang te geven tot procedures en de elementen aan te reiken die nodig zijn om hun verzoek om internationale bescherming te onderbouwen. | Operationele definitie van het EUAA |
| Mensenhandel | Het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van personen, daaronder begrepen de wisseling of overdracht van de controle over deze personen, door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, door ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen, teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die controle heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting. […] 3. Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van prostitutie van anderen, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of dienstverlening, waaronder bedelarij, slavernij of met slavernij vergelijkbare praktijken, dienstbaarheid, dan wel de uitbuiting van strafbare activiteiten of de verwijdering van organen. | Artikel 2 van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan |
| Niet-begeleid kind/niet-begeleide minderjarige | Een kind dat/minderjarige die zonder begeleiding van een krachtens het recht of krachtens de praktijk van de betrokken lidstaat voor hem of haar verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van de lidstaten aankomt, zolang dat kind/die minderjarige niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke persoon/volwassene staat; onder dit begrip vallen ook kinderen/minderjarigen die zonder begeleiding worden achtergelaten nadat zij op het grondgebied van een lidstaat zijn aangekomen. | Artikel 2, punt e), van de richtlijn opvangvoorzieningen, artikel 2, punt m), van de asielprocedurerichtlijn artikel 2, punt l), van de erkenningsrichtlijn, artikel 2, punt j), van de Dublin III-verordening, artikel 2, punt f), van de gezinsherenigingsrichtlijn VN-Comité voor de Rechten van het Kind, Algemene Opmerking nr. 6 (2005) UNHCR, “Safe and Sound”, blz. 22, http:// www.refworld.org/ docid/5423da264.html |
| Gebruiker (van deze toolkit) | Een medewerker die werkzaam is op het gebied van asiel of opvang en die niet gespecialiseerd is in kwetsbaarheid maar in zijn of haar dagelijkse werk wel met kwetsbare dossiers te maken kan krijgen. Deze persoon start en doorloopt het proces voor de verwijzing van de verzoeker naar dienstverleners. | Operationele definitie van het EUAA |
| Kwetsbare verzoeker | Een verzoeker die ten gevolge van zijn of haar individuele omstandigheden beperkte mogelijkheden heeft om zijn of haar zaak te begrijpen en op doeltreffende wijze toe te lichten, ten volle deel te nemen aan de procedure en/of gebruik te maken van opvangvoorzieningen. | Operationele definitie van het EUAA |